View Colofon
Original text "Sonia ridică mâna" written in RO by Lavinia Braniște,
Other translations
Mentor

Jan Willem Bos

Proofread

Stefanie Liebreks

Published in edition #2 2019-2023

Sonia steekt haar hand op

Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Lavinia Braniște

Hier zijn de mensen zeer achterdochtig. Maar of ze elders wel met open armen was ontvangen, dat zou Sonia niet durven zeggen. De mensen uit zíjn geboortestreek. Die tot het andere kamp behoren. In haar eigen omgeving kent ze geen stellen van eerdere generaties die vrienden en geen vijanden van elkaar zijn, zelfs als ze al een eeuwigheid samen zijn. Er zullen ook wel ergens paren zijn die voor het leven (en daarna) vrienden zijn, maar dat zijn er niet veel, dat zijn enorme mazzelaars en die zijn goed verstopt. En dan weet je, als jong iemand die om zich heen kijkt, vrijwel zeker dat jouw allerliefste jou uiteindelijk het leven zuur zal maken. Toch zal zo’n stel, als ze eenmaal uit elkaar zijn en de kinderen daar de dupe van worden, wanneer ze een nieuw leven beginnen, nog erger de pest aan elkaar hebben, en hun nieuwe partners kunnen niet anders, denkt Sonia, ja, die kunnen niet anders dan een hekel hebben aan die overblijfsels uit een eerder bestaan: de kinderen.

Maar kijk haar nou, ondanks dit alles, de trappen van een weerzinwekkend communistisch woonblok oplopen, tot op de derde etage, waar ze een paar seconden stil blijft staan, niet zozeer om op adem te komen na de inspanning, als wel om de nodige moed te verzamelen om aan te bellen. Ze heeft om haar schouder een linnen tas met daarin een pakje koffie van de hypermarkt, waarvan ze weet dat ze het niet zal aanbieden, want ze heeft niet opgelet en capsules voor een espressoapparaat in plaats van gemalen koffie gekocht. Ze heeft naar de verpakking gekeken, of die er wel mooi en ongewoon uitzag, en naar de prijs, het mocht niet te goedkoop zijn, maar ze zal de capsules met een mes moeten opensnijden om de koffie eruit terug te winnen, om voor zichzelf, thuis bij opa, koffie te kunnen zetten. Het komt er dus op neer dat ze met lege handen is gekomen.

De vierde echtgenote van haar vader ziet eruit als een weduwe zoals die uit de boekenlijst op school.

Sonia had haar zich anders voorgesteld. Eleganter, trotser, met meer crème.

De vrouw, Anișoara, draagt nog altijd rouwkleding en lijkt gesloopt door oprecht leed.

Ze wuift haar naar binnen en ze gaan samen op de bank in de woonkamer zitten. Ze heeft Sonia uit beleefdheid ontvangen. Toen Sonia’s peetmoeder contact opnam, had ze een halfhartig ‘ja’ gemompeld, maar het is duidelijk dat ze nu geen puf heeft voor wat voor dialoog dan ook en liever wacht tot Sonia zegt wat ze wil en waarom ze is gekomen.

Ze biedt haar niets aan.

Sonia heeft de neiging alles in woorden te willen vangen. Het is voor haar belangrijk om haar gevoelens uit te drukken. Maar wanneer je dingen wilt verwoorden die je niet op een rijtje hoort te zetten, of dingen waarvoor de taal simpelweg geen middelen heeft, loop je het risico op een volledig verkeerd spoor te komen. Soms lijkt dat erger dan het is. Soms kan het tot een bespottelijke situatie leiden. En nog weer andere keren kom je helemaal niet meer uit je woorden en kun je schrikken of de draad kwijtraken.

Sonia is naar haar vaders huis gekomen omdat ze wilde zien hoe hij leefde. Hoe zijn huis eruitziet, en de ruimte waar hij wakker werd en waar hij naar terugkeerde om te schuilen. Ze heeft alleen geen idee hoe ze dat nu nog moet verpakken in een antwoord op de vraag ‘waarom ben je hier?’

Ze wil weten waar zijn huis naar ruikt zoals ze wilde weten hoe het bij het archief van de Securitate rook, toen ze nog heel naïef was en geloofde dat je daar naar binnen kunt lopen en de loeizware dozen met dossiers meteen over je heen vallen. En toen het haar nog behoorlijk simpel leek om overal achter te komen, overal een mening over te vormen. Voordat ze erachter kwam dat je bij het archief heel precies moet vertellen waarvoor je bent gekomen en wat je zoekt, een papierwinkel aan formulieren moet ondertekenen om vervolgens maanden te moeten wachten voordat de auto met documenten uit het magazijn aankomt. Dat je toestemming moet vragen om kopietjes te maken. Dat je moet zweren dat de persoonlijke gegevens die jij onder ogen krijgt werkelijk uitsluitend zullen worden gebruikt voor het aangegeven doel.

Ze zocht naar een gevoel van afzondering en verstikking en hoopte dat daar iets uit zou komen. Een bepaalde geestestoestand.

Het appartement van haar vader is vrijwel leeg. Er staat alleen het strikt noodzakelijke.

Uit de bijeengeraapte beetjes informatie die ze van haar moeder en vooral van haar peetmoeder heeft gehoord, weet Sonia dat haar vader na ’89 op een bepaald moment op het gemeentehuis terechtgekomen is. Eerder om daar ‘wat te ritselen’. Ze heeft inmiddels uitgeknobbeld dat hij een paar keer van de ene naar de andere partij is overgelopen en op een bepaald moment het hoofd markten in de kleine provinciestad werd. Sonia’s beeld van hem, toch al grillig in haar hoofd, werd opnieuw aangepast. Waarom was hij naar een andere partij overgestapt? Was hij echt zo’n opportunist? Nu ze zijn sobere appartement ziet, wordt haar teleurstelling vreemd genoeg verdubbeld. Ze was bedacht op welvaart. Op overdaad, zelfs. Waarom zou je jezelf anders compromitteren in een vrije wereld, als je onder vrij tenminste ‘anders dan hiervoor’ kunt verstaan?

Ze probeerde zich voor te stellen wat voor discussies ze vlak voor de verkiezingen met haar vader zou hebben gehad. Dit was de eerste keer dat ze het uitprobeerde, een gesprek met haar vader, en het allereerste waar ze aan dacht was wat ze te bespreken zouden hebben gehad in die wankele periode van de verkiezingscampagnes, toen zoveel kinderen ruzie kregen met hun ouders. Toen in zoveel families, bij zoveel mensen haatstekels waren opgekomen, als op een stel duistere wezens, in die bizarre tijden die sommigen in een soort weerwolven veranderden. Zouden ze in staat zijn geweest op een beschaafde manier te praten over elkaars keuzes?

Van jongs af aan was ze er altijd vrij zeker van dat ze iemand anders was geweest als ze haar vader in haar leven had gehad, dat het haar sterker zou hebben gemaakt, beter opgewassen tegen allerlei soorten tegenspoed, alsof de simpele aanwezigheid van een man wolkjes van testosteron door het huis had doen zweven waaraan ook de vrouwen zich ongegeneerd konden laven op momenten dat ze scherp moesten zijn. Haar moeder had haar niet sterk weten te maken, sterker nog, ze had haar met haar eigen angsten en kwetsbaarheden opgezadeld, had haar met de mentaliteit van een eenzame en opgejaagde vrouw grootgebracht. Het enige waarmee ze haar goed had toegerust voor het leven – zo leek het Sonia – was dat ze zich altijd wist te verstoppen als ze moest huilen.

En toch, datgene waarvan ze tot nu toe altijd zo zeker heeft geweten dat het een stabiele factor zou zijn geweest, een soort anker, haar vader, kwam haar nu opeens voor als iets dat weleens extreem ontwrichtend had kunnen werken. Misschien had hij hen zelfs nog meer op drift gebracht, en misschien heeft haar moeder juist wel goed gehandeld, niet alleen door van hem te scheiden, maar door er alles aan te doen om hem op afstand te houden. Het staat vast dat Sonia nooit zal weten hoe het mét hem was geweest, en dat ze nu maar beter op haar moeders oordeel af kan gaan. Nu kan ze haar het volste vertrouwen geven, dat ze haar al die puberjaren had misgund, toen ze, omdat ze ontevreden was over zichzelf, schuldigen zocht tegen wie ze in opstand kon komen en op haar moeder stuitte, omdat ze alleen haar kende.

En met hem of zonder hem, ze was misschien nu precies dezelfde geweest, even argeloos en onzeker, en niet in staat scherp te zijn op de momenten dat ze denkt scherp te moeten zijn, niet in staat tot een doeltreffender protest dan het kapotgooien van een favoriete vaas. Ze had eens gelezen over onderzoek naar tweelingen die, als ze bij de geboorte gescheiden en door verschillende gezinnen geadopteerd worden, uiteindelijk een onwaarschijnlijk overeenkomstig leven leiden. Ze beginnen aan dezelfde studie of doorlopen allebei drie echtscheidingen.

Omdat ze ziet dat ze met haar handen op haar tegen elkaar gedrukte knieën blijft zitten en niets zegt, besluit Anișoara na lang wachten zelf het gesprek op gang te brengen.

‘Ik heb het ook al meermaals tegen Claudia gezegd, toen ze hier was. Hij heeft me in het testament alleen het appartement nagelaten. En ik zou het aan hem hebben nagelaten als het omgekeerd was geweest, zo hebben we het vastgelegd. Ik weet niet wat Claudia zich voorstelde, de akte kan niet worden bestreden.’

Sonia zegt niets. Ze is niet gekomen om deze vrouw ergens van te beschuldigen, omdat zij in het huis kan blijven. Ze zou haar eigenlijk moeten afkappen en dat moeten zeggen.

In plaats daarvan vraagt ze: ‘Hield hij van u?’

‘Ik heb hier ook voor gewerkt, al is het maar omdat ik het met hem moest uithouden,’ zegt Anișoara en haar ogen schieten vol.

‘Het spijt me als dit een te vrijpostige vraag is… Ik vroeg me af of… of hij wel in staat was lief te hebben.’

‘Misschien hield hij van die anderen. Toen hij jonger was… Van jouw moeder, misschien…’

Alle vrouwen – echtgenotes en dochters – verkeren onder de indruk dat anderen van hem meer liefde kregen, omdat ze weigerden te geloven dat hij zó bot kon zijn. Toch is het niet anders. Sommige mensen zijn bot.

‘Mag ik zijn spullen bekijken?’ vraagt Sonia.

‘Waarom?’

‘Ik ben benieuwd. Dat is echt het enige waarvoor ik gekomen ben, om een beeld te krijgen.’

‘Waarom ben je er nu? Waarom kwam je hem niet opzoeken toen hij nog leefde?’

More by Charlotte van Rooden

De verschijning

Op een zondagochtend in augustus liep alles uit de hand, toen de eerste voorbijgangers, personeel van de bistro’s in de buurt, op het Place du Parvis Notre Dame het voorwerp ontdekten; het was net een enorme kogel, op de grond, de punt gericht op de kathedraal en de achterkant richting het hoofdbureau van de politie. Zo op het eerste gezicht leek het projectiel twintig meter lang, met een doorsnee van vijf meter. De barmannen en kelners kwamen nieuwsgierig dichterbij, liepen eromheen, haalden hun schouders op en vertrokken weer om hun restaurants te openen. Dat was om een uur of zeven. Rond a...
Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Alexandru Potcoavă

De trilogie van het verloren geslacht

Bij het huis van tante Nicoleta stond een grote groep mensen voor de deur die gekomen waren om ome Titi op zijn laatste reis te vergezellen, ome Titi die, hoewel hij wel een borrel lustte, een man was op wie je kon bouwen, een levensgenieter, tot verdriet van zijn vrouw, jongelui, je weet nooit wat God voor je in petto heeft, maar kijk nou toch hoe zijn vrouw hem heeft verzorgd, de hele dag hield ze een koud kompres op zijn voorhoofd, en ze sleepte hem mee naar alle mogelijke artsen, en kijk ook nu, met wat voor eerbetoon ze hem ten grave draagt, kijk naar die doodskist uit prachtig hout, ...
Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Cristina Vremes

De reünie

Genoeg! Ik heb mijn koffer gepakt, het pak in zijn hoes, de schoenlepel erbij, en mijn sleutel ingeleverd. Het is zes uur rijden naar huis, maar de terugweg is altijd korter. Ik draai het raam open en met mijn hoofd in de frisse lucht rijd ik steeds sneller de hoofdweg van de stad af. De lucht, koel door het avondlijke tijdstip en de snelheid, scheert langs mijn wangen en doet me denken aan de ruwheid van de sponsjes die ze gebruiken bij het afschminken. Ik heb een gevoelige huid en kan niet goed tegen de behandeling die nieuwslezers moeten ondergaan om niet als een glimmend spook op het scher...
Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Alexandru Potcoavă

Een suizen

Tijdens het laatste gedeelte van de reis had hij door het smerige raam van de trein de randen van de hemel gezien. Hij kwam een stukje overeind om ook aan de andere kant van de coupé te kijken en kwam daardoor in de buurt van de slapende man wiens gezicht achter het gordijn verborgen ging en die zijn rechterhand ferm op een kleine reistas op de stoel naast hem hield. Ja, door het raam aan zijn kant was hetzelfde te zien. Een compacte, paarsblauwe strook in een vlak evenwijdig aan een uitgestrekt veld vol met uitgedroogde graspollen. En aan de rand daarvan een helder lichtblauw, als een verre z...
Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Lavinia Braniște

Een paar verdwaalde minuten

De dag begint eerder dan ik had gedacht. Ik had de wekker gezet om vier voor zes. Daar had ik verschillende redenen voor. Ik wilde tijd hebben voor mijn vroegeochtendmeditatie en ook om dertig minuten te kunnen wachten zodat de pil die mijn schildklierfunctie verbetert al begint te werken voor mijn kopje koffie en ik daarna kan beginnen aan een reeks oefeningen die de vetverbranding aanzwengelen doordat ik mijn spieren aanspan met behulp van niets meer dan mijn eigen gewicht, zonder dat ik in de tussentijd vergeet de boiler aan te zetten aangezien het zo’n vier uur duurt om het water op te w...
Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Cristina Vremes
More in NL

Doodsmeisje

Stremming. Zelfmoord door verwurging is betrekkelijk zeldzaam. De strop wordt in de regel meerdere malen om de nek gewikkeld en soms bevindt zich eronder een zacht voorwerp. Door de prikkeling van de nervus vagus en het afknellen van de halsslagaders tijdens de wurging wordt de bloedstroom naar de hersenen belemmerd en worden de luchtwegen afgesloten. Maar gewoonlijk wordt niet het gehele strottenhoofd afgesloten en daarom duurt het overlijdensproces langer dan bij verstikking door ophanging, als het tenminste niet enkel blijft bij verlies van bewustzijn en het losraken van de strop. Zelfmo...
Translated from CZ to NL by Annette Manni
Written in CZ by Lucie Faulerová

Verboden de apen te voederen

Luz stond al meer dan een halfuur in de zon te wachten. Af en toe liep ze  over de stoep heen en weer om de stijfheid in haar benen te verdrijven en  minder last te hebben van haar zware buik. Haar ogen gleden razendsnel  over het drukke autoverkeer in de laan, vooral wanneer er ergens een op  trekkende motor klonk. Maar nee, niets.  Ze besloot beschutting tegen de hitte te zoeken onder het afdak van  het gebouw. Op dat moment kwam er een kleine rode auto achter een bus  vandaan gezigzagd. Luz zag hoe Jaime vol op de rem trapte en een paar keer  toeterde, alsof hij al een hele tijd op haar sto...
Translated from ES to NL by Heleen Oomen
Written in ES by Roberto Osa

Parenthese

Ik vermoed dat we zelfs het betrouwbaarste wat we hebben – onze zintuigen, oftewel, de dingen die we zien, horen, met ons lichaam waarnemen – onder bepaalde omstandigheden niet kunnen vertrouwen, zoals bij de dood van een ouder, de geboorte van een kind of het moment vlak voordat we overreden worden. Nu we papa eenmaal begraven hebben en ik eindelijk alleen ben met mijn gedachten, stel ik vast dat de tijd gisteren in het mortuarium, net als dertig jaar geleden, stil heeft gestaan. Goed, een paar seconden. Maar het was al eerder gebeurd. En ik wist meteen dat ik hetzelfde verschijnsel als kind ...
Translated from ES to NL by Heleen Oomen
Written in ES by Mariana Torres

Hydro

‘Niets beter dan thuiskomen,’ zegt Saúl, en hij doet zijn ringen een voor  een af.  Ivanka loopt naar het midden van de hut en blijft daar staan. Ze  wacht nog even. Ze kijkt toe hoe hij in de weer is aan de rand van het bed,  haastig, zodat het rode licht zijn zwaarlijvigheid verzacht en zijn ademha ling versmelt met het geruis van de oceaan. Hij heeft de kamer zelfs zorg vuldig bezaaid met kleine eilandjes van zichzelf. Hij heeft snel zijn  schoenen uitgetrokken. Zijn colbert valt slap over de staande kapstok. Zijn  manchetknopen en zijn vlinderdas legt hij op het nachtkastje. Wat voorko men...
Translated from ES to NL by Heleen Oomen
Written in ES by Matías Candeira

Ook als je er maar één druppel van te zien krijgt

‘The white cracker who wrote the national anthem knew what he was doing. He set the word “free” to a note so high nobody can reach it. That was deliberate.’ Angels in America – Tony Kushner Mijn vader en ik waren op weg naar het vliegveld. Ik ging een maand naar Amerika en hij maakte er een halszaak van om me uit te zwaaien.  Ik ging naar Charleston, een stadje aan de kust van South Carolina. Mijn vader vroeg hoe het eruit zag en ik realiseerde me toen dat ik er geen plaatjes van had gegoogeld.  Ik wist alleen maar dat er een schietpartij had plaatsgevonden in een kelder van een witte kerk. ...
Written in NL by Rebekka de Wit

Een gelukkig einde

Ik werd wakker van de regen. Hij had zich met mijn droom vermengd, waardoor ik in eerste instantie niet wist uit welke wereld hij kwam. Ik zwom in de eindeloosheid van de Stille Oceaan. Ik weet dat het de Stille Oceaan was, ik herkende hem van tv-programma’s. Ik zwom door zijn turquoise en kristal. Zo zeggen ze dat in die reportages, turquoise en kristal. Langs mijn heupen zwierden de sierkralen om mijn badpak mee vast te knopen. Ik herkende het van de foto. Mijn eerste badpak, voor kinderen. De hemel had de gordijnen al dichtgedaan, terwijl ik nog bezig was de knoop los te krijgen. Dikke drup...
Translated from SR to NL by Pavle Trkulja
Written in SR by Jasna Dimitrijević